Banner
Couperen
Het couperen bij trekpaarden

Wat is couperen?
Onder "couperen" verstaat men amputatie van oren of staartdelen bij bepaalde paardenrassen.

"Amputatie" wordt op haar beurt gedefinieerd als het "vakkundige afsnijden van een lichaamsdeel, op die plaats waar de uitbreiding door verwonding of ziekte dient voorkomen te worden. Amputatie is dan ook een verminkende operatie die als "ultima ratio" uitgevoerd wordt.

Bijgevolg kan "couperen" als een bijzondere vorm van "amputatie" beschouwd worden. Gezien het echter niet uit medische oogpunt uitgevoerd wordt, bestaat er allang veel kritiek op deze werkwijze vanwege dierenbeschermingsorganisaties.

Historie

a) Schoonheidsoperatie

Vroeger was het couperen een manier om het paard aan de toenmalige smaak van de mensen aan te passen. Het is verbazend wanneer men ziet wat in de loop der tijden gedaan werd om een "modern" paard te bezitten. Schoonheidsoperaties werden uitgevoerd, kleurmethodes en fantasievolle "paardenkapsels" werden verzonnen, er bestaan zelfs pruiken, kunstogen en oren voor paarden.

Tot de meest uitgevoerde schoonheidsoperaties behoort het couperen. Buiten het couperen van de staart, dat vandaag nog typisch is voor koudbloedpaarden, werd er vroeger ook overgegaan tot het couperen van de oren.

b) Hoe lang coupeert men al staarten?

Het couperen van de staart, in het bijzonder de amputatie van een aantal staartwervels, is al bekend van in de Oudheid. Volgens Rieck (1932) werd deze operatie al rond 370 n/Chr. beschreven. Ze werd uitgevoerd met een mes dat door middel van een hamerslag door de paardenstaart die op een houtblok lag geslagen werd.

In de Middeleeuwen werd het couperen van de paardenstaart vooral toegepast in Engeland. Van hieruit werd in de 15de eeuw het gebruik waarschijnlijk uitgevoerd naar Duitsland.

Reeds in de 16de en 17de eeuw is het couperen van de staart een veel voorkomende operatie. Volgens Bär (1974) zijn hiervoor in de oude literatuur meerdere redenen te vinden: een schoonheidsfout, een te weinig behaarde staart, enz.

Redenen voor het couperen van de staart.

a) Bijgeloof

Ook was er het bijgeloof dat een paard met een gecoupeerde staart een sterkere rug zou hebben. De lange staartharen zouden te veel goede "sappen" aan het lichaam ontrekken. Het dier zou moediger zijn en beter voor de jacht geschikt. Een gecoupeerde staart zou tevens gemakkelijker te reinigen en te onderhouden zijn en ook de kleding van de ruiter niet bevuilen.

b) Praktische redenen

In Nederland, waar paarden voor schuiten trekken, worden de staarten extra kort gesneden, zodat ze niet in de koorden verwikkeld kunnen raken. Dezelfde reden wordt aangehaald door verschillende mensen die met paarden op het kordeel (éénkoordig leidsel) werken. De staart zou over het kordeel geworpen worden, waardoor het dier stuurloos zou worden. Dit "kordeelwerpen" komt echter maar bij enkele individuen
voor, meestal na operante conditionering. Moest dit dan toch voor komen, kan dit
verholpen worden door het opbinden van de lange staart.

Toch valt op dat couperen op de eerste plaats een schoonheidsoperatie is, die in het midden van de 18de eeuw is het grote mode. Het schoonheidsideaal zijn paarden van het "Engelse type". Achteraf worden er mogelijke verklaringen gezocht om het blokstaarten toch goed te praten. Deze argumenten kunnen echter steeds weerlegd worden.'

c) Kritiek

Reeds heel vroeg wordt het couperen van oren en staart bij paarden heftig bekritiseerd. Zelfs Paus Hadrian I (772-795) neemt in het jaar 787 een standpunt in over
deze omstreden kwestie en schrijft: " ... volgens een schandelijke gewoonte verminken de mensen hun paarden... Ze krijgen ze in perfecte toestand, maar verkiezen om ze te verminken."

In 1616 wijst men er reeds op dat door het couperen van de staart van de paarden, men hun "wapen" tegen de insectenplagen wegneemt. Dit argument wordt 300 jaar later nog steeds door de dierenbeschermers naar voren geschoven. ,

Het couperen van de gezonde staart is nog altijd een "schoonheidsingreep", die nog steeds voor- en tegenstanders kent. In talrijke artikels die in het begin van de 20ste eeuw verschenen. in landbouw- en dierenartspublicaties, kwam het regelrecht tot een strijd tussen voor- en tegenstanders van het couperen.

De tegenstanders herhalen dat het couperen van de staart als onzin, een slechte gewoonte of een modegril dient beschouwd te worden. Volgens hen heeft het couperen een negatieve invloed op het uitzicht van de paarden: de imposante dieren worden onnodig tot een karikatuur herleid.

Meer en meer wordt het couperen van een gezonde staart omwille van esthetische reden niet meer uitgevoerd. De hevige pijn die het paard tijdens en na de operatie (dichtbranden van de wonde) moet ondergaan zijn voldoende reden om van echte kwellerij te spreken. Door tegenstanders wordt dan weer gezegd dat de pijn tijdens de operatie van voorbijgaande aard is. Er wordt eveneens aangehaald dat van dierenkwellerij helemaal geen sprake is, wanneer de ingreep volgens de modernste methodes en regels van de kunst door een dierenarts wordt uitgevoerd.

Wanneer de ingreep echter niet door een dierenarts uitgevoerd wordt en het toebranden van de wonde bloedingen en ontstekingen tot gevolg heeft, begint er voor het paard een lange lijdensweg.

Na de operatie ondervindt het dier pas echt de negatieve gevolgen. Een staart is immers geen onnodig aanhangsel, maar heeft wel degelijk bepaalde functies te vervuilen. Op de eerste plaats dient de staart om insecten te verjagen en om gevoelige lichaamsdelen te beschermen. Wanneer de staart aldus gecoupeerd wordt, verliest het paard een belangrijk lichaamsdeel. Het belangrijkste nadeel is het feit dat het zich niet tegen insecten kan beschermen. Paarden worden hopeloos overgeleverd aan vliegen, dazen, enz. Zij proberen door middel van het "trekken van de huid", het “schudden" of het "slagen en stoten" met de benen de insecten te verjagen. Dit is echter helemaal niet zo doeltreffend als het "staartzwieren" .

Het protest tegen het couperen is duidelijk. Amputatie zou alleen in aanmerking mogen genomen worden omwille van medische redenen (staartbreuk, gecompliceerde verwondingen, tumoren, enz.).

De meerderheid van de dierenartsen heeft geen bezwaar tegen amputatie omwille van medische redenen, de beslissing zou echter overgelaten moeten worden aan de dierenarts.
Sommige kwekers zijn eveneens tegenstanders van het couperen van de staart. Fouten in de lichaamsbouw en staart kunnen door het couperen verdoezeld worden, maar worden wel telkens van de ene generatie op de ander overgedragen. Zij spreken hier dan ook van "verdoezelingpraktijken".

Doordat er de laatste tijd zoveel protest is tegen het blokstaarten, is er ook terug beweging gekomen in de wetgeving [1] hier rond. Deze is momenteel nog niet helemaal op punt gezet.

Techniek van het couperen

a) Vroeger

Volbloed-, warmbloed- of koudbloedpaarden worden gecoupeerd. Als koetspaard of rijpaard is het paard met de gecoupeerde staart nog altijd geliefd. Pas op het einde van de 18de eeuw wordt de schoonheidsoperatie ook door dierenartsen uitgevoerd, voordien gebeurde dit door de smid of de stalmeester. In de leerboeken voor stalmeester wordt de procedure beschreven:

Met een hakmes wordt de staart afgehakt en met een brandend ijzer wordt de wonde toegebrand. In het midden van de 18de eeuw worden de eerste coupeerscharen ontwikkeld; men let er nu ook meer op om de staart tussen twee wervels af te zetten. De lengte van de overblijvende staart wordt bepaald door de eigenaar van het paard: zo kent met de Arabische staart, de Bezemstaart, de Korte staart, enz.

Wanneer in het midden van de 19e eeuw het blokstaarten uit de mode geraakt, betekent dit niet dat het niet meer wordt toegepast. In het bijzonder bij koudbloedpaarden wordt de operatie nog steeds uitgevoerd omdat de gecoupeerde staart bij deze paarden een typisch standaardelement is geworden, een zogezegd kenmerk van het ras.

De Belgische en Rijnland koudbloedpaarden worden reeds in de kweekgebieden gecoupeerd en het is uiterst zelden dat men een paard vindt dat deze operatie niet heeft ondergaan. Koudbloedpaarden komende van Denemarken en Zweden worden
meestal niet gecoupeerd. Wanneer ze echter "Belgisch" moeten gemaakt 'worden, wordt ook bij deze paarden de operatie uitgevoerd.

Door het couperen van de staart zouden "zware" paarden er beter uitzien: de sterk ontwikkelde achterrand wordt door de kort geknipte staart nog sterker benadrukt. De dieren zien er breder uit en geven een volumineuzere indruk.

Ook bij zware warmbloedpaarden (bv: Oldenburger en Ostfriesen) werd de staart lange tijd gecoupeerd om een imposantere indruk te geven.

b) Nu

Dit is het amputeren van de staart bij veulens van twee weken tot maximaal drie jaar oud. Er zijn twee mogelijke toepassingen. Men kan onder lichte sedatie en met een kleine epidurale verdoving de ingreep toepassen. Hierbij wordt de staart chirurgisch ingekort tot er minstens drie staartwervels overblijven.


De tweede methode gebeurd a.d.h.v. een rekkertje die bij de geboorte van het veulen rond de staart word aangebracht. Het bloed wordt niet meer aangevoerd en het onderste deel van de staart sterft geleidelijk af. Het risico’s op infecties is klein.


Vroeger werd er eveneens een andere manier toegepast, deze gebeurde zonder verdoving. Bij deze toepassing werd het ruggenmerg verdoofd, waarna de staart werd vastgeklemd en met een tang werd afgenepen. Het bloeden werd dan gestopt aan de hand van een gloeiende staaf. Een manier die veel rumoer teweeg brengt bij mensen die hiermee niet opgegroeid zijn.

NB: Het is thans de dag niet meer toegestaan te couperen!
Commentaar (0)Add Comment

Schrijf commentaar

security code
Schrijf de volgende tekens


busy