|
Wat is hoefbevangenheid?
Hoefbevangenheid is een
ernstige stofwisselingsaandoening, die zich uit in een ontsteking aan de
hoeflederhuid (de hoeflederhuid zit achter de dikke hoornlaag en houdt het
hoefbeen op zijn plaats). Hoefbevangenheid treedt meestal (het eerst) op aan de
voorhoeven.
Hoe te herkennen?
Het is een voor het paard een
zeer pijnlijke aandoening. Het zal dan ook proberen de getroffen hoeven te
ontlasten door de achterbenen ver onder het lichaam te plaatsen en het
getroffen been (of benen) naar voren te zetten. Het paard zal zo min mogelijk
willen bewegen.
Oorzaken van hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid kan onder
andere door de volgende oorzaken ontstaan:
Darmstoornissen (door te energierijke voeding)
Overgewicht
Baarmoederontsteking
Zoolkneuzingen
Geneesmiddelen
Een paard dat genezen is van
hoefbevangenheid blijft altijd gevoelig voor deze aandoening.
1. Darmstoornissen
Een veel voorkomende oorzaak voor darmstoornissen is wanneer een paard een te
grote hoeveelheid energierijke voeding binnenkrijgt. Bijvoorbeeld door
suikerrijk (voorjaars)gras of een grote hoeveelheid krachtvoer die in één keer
wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld het leegeten van de voerton. De darmflora
wordt hierdoor zodanig verstoord, dat er gifstoffen gevormd worden. Als deze in
het bloed terecht komen, kan hoefbevangenheid ontstaan.
Suikers in gras
In gras worden onder invloed
van zonlicht suikers aangemaakt (fotosynthese). Een belangrijke suiker in gras
is bijvoorbeeld fructaan. Uit onderzoek is gebleken dat deze fructanen een rol
kunnen spelen bij het ontstaan van hoefbevangenheid. Het gras heeft suikers
nodig voor de groei. Suikers zijn niet de enige factoren die het gras nodig
heeft om te groeien. De groei is onder andere afhankelijk van temperatuur en de
aanwezige voedingsstoffen. Wanneer één van de andere groeifactoren niet
aanwezig is, dan kan de grasplant niet groeien en worden de suikers opgeslagen
in de plant. Paarden en pony’s die deze grassen eten, zullen hoge concentraties
suikers (o.a. fructaan) binnen krijgen en hebben daardoor een verhoogde kans op
hoefbevangenheid. Voor hooi of (voordroog) kuilgras geldt overigens hetzelfde;
ook dit kan suikerrijk zijn.
Lees meer over suikers,
fructanen en zetmeel in het artikel "Suiker en zetmeel veroorzaken
hoefbevangenheid"
2. Baarmoederontsteking
Wanneer bij een merrie de nageboorte niet binnen 6 uur na de geboorte van het
veulen af komt, kan er baarmoederontsteking ontstaan. Hierdoor kan de merrie
hoefbevangen raken. Lees meer over tips rondom het veulenen.
3. Overgewicht
Paarden en pony’s, die te dik zijn, hebben een grotere kans om hoefbevangen te
raken.
Klik op de link voor meer informatie over overgewicht .
4. Zoolkneuzingen
Bij zoolkneuzingen is de kans op hoefbevangenheid verhoogd. Slechte
hoefverzorging kan onder andere leiden tot zoolkneuzingen en ontstekingen. Een
regelmatig onderhoud aan de hoeven en om de 6-8 weken bekappen en/of beslaan
door een erkende hoefsmid is dan ook aan te raden.
5. Geneesmiddelen
Door de toediening van bepaalde geneesmiddelen kunnen giftige stoffen in de
bloedbaan terecht komen waardoor hoefbevangenheid kan ontstaan.
Hoe te handelen bij hoefbevangenheid
Wanneer een paard
hoefbevangen is, kan je het beste het volgende doen:
Raadpleeg direct je dierenarts.
-Geef geen krachtvoer meer.
-Geef uitsluitend stengelig hooi en geen
weidegang.
-Geef in plaats van krachtvoer bv. een vitaminen
& mineralen koek of supplement. (bv. Pavo SummerFit of Pavo Vital)
-Zet je paard op nat zand of in de modder, om zo
de hoef continue te koelen en de druk op de hoef te verdelen.
-Om pijn en druk te verminderen/weg te halen is
het aan te raden het beslag te verwijderen en paard / pony zo te bekappen dat
het hoefbeen weer parallel komt met de grond.
Afhankelijk van de ernst van
de hoefbevangenheid kan het hoefbeen los laten van de hoeflederhuid waardoor
het hoefbeen geen steun meer heeft en kantelt. De punt van het hoefbeen steekt
dan in de zool. In ernstige gevallen kan je zelfs zien dat het door de zool
heen komt. De mate van kanteling van het hoefbeen kan met röntgenfoto’s worden
vastgesteld. Met behulp van een goede hoefsmid zal bepaald moeten worden of
herstel nog mogelijk is, eventueel met behulp van aangepast beslag.
Voorkomen van
hoefbevangenheid.
Een aantal tips:
-Geef altijd voer afgestemd op de behoefte van je
paard.
-Kies krachtvoeders met laag eiwit- en
suikergehalte en met veel structuur
-Pas in het algemeen op met grote
ruwvoeromschakelingen.
-Let bij merries op het tijdig afkomen van de
nageboorte.
De vraag hoe hoefbevangenheid
voorkomen kan worden in het voorjaar. In dit antwoord wordt onder andere
toegelicht wat het gevaar is van suikers in het gras.
Fructaan
is een boosdoener
Nog niet zo lang geleden werd er gedacht dat eiwitten in het gras
hoefbevangenheid konden veroorzaken. Inmiddels weten we beter, het heeft te
maken met het fructaangehalte van het gras! Ook in hooi kan fructaan voorkomen,
wat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden ten tijde van het hooien.
Hoefbevangenheid is een ziekte die paarden vooral in het voorjaar oplopen;
een periode waarin gras net bemest is, uitbundig groeit en veel eiwitten bevat.
Het lag voor de hand om de eiwitten de schuld te geven maar imiddels is
gebleken dat fructaan de grote boosdoener is.
Hoe dat gebleken is? De Australische professor Christopher Pollitt gaf
proefpaarden aan de universiteit van Queensland 7,5 gram fructaan per kilo
lichaamsgewicht, en binnen 48 uur waren ze allen hoefbevangen. Hierna is het
onderzoek wereldwijd in een stroomversnelling geraakt en is er al veel van het
mysterie hoefbevangenheid opgelost. Hoefbevangenheid blijkt nauwelijk iets met
eiwit te maken te hebben maar met suikers, met name fructaan. Hoe de verwarring
ooit kon ontstaan wordt verderop wel duidelijk.
Fructaan is een wateroplosbaar koolhydraat (een soort
suiker) dat door de grasplant wordt gemaakt onder invloed van zonlicht. Het
wordt gebruikt om te kunnen groeien, maar is dat groeien op een bepaald moment
niet mogelijk dan zal de plant het overtollige fructaan opslaan tot een moment
waarop het weer wel kan worden gebruikt om te groeien. Fructaan is bovendien
een natuurlijk antivries.
Bouwstof
Zonder al te diep op de hele biochemie van de plant in te gaan: Fructaan is
een bouwstof die de plant maakt als gevolg van de fotosynthese, dus onder
invloed van zonlicht. Het fructaan wordt gebruikt om weer andere stoffen te
produceren waarmee uiteindelijk de plant wordt opgebouwd. Zolang de plant goed
kan groeien wordt het geproduceerde fructaan direct verder verwerkt, maar
wanneer de plant om een of andere reden niet kan groeien gaat de productie van
fructaan nog een hele tijd door, zolang er tenminste zonlicht is. Zo wordt er
alvast een voorraadje bouwstoffen aangelegd die de plant in staat stellen om
weer snel te beginnen met groeien zodra de omstandigheden in gunstige zin
veranderen.
Je kan de plant vergelijken met een fabriek: Er komt een eindproduct uit
wanneer alle grondstoffen aanwezig zijn, maar wanneer er één element ontbreekt
staakt de productie en hopen de bouwstoffen zich op. Het fructaangehalte loopt
dus op wanneer er wel veel zonlicht is maar de plant aan iets anders een gebrek
heeft. Zodra de missende factor weer aanwezig is kan de plant weer gaan groeien
en wordt het opgeslagen fructaan weer verbruikt.
Redenen waarom de plant niet kan groeien en het fructaangehalte dus oploopt
kunnen bestaan uit:
Te lage temperatuur:
Wanneer de temperatuur te laag is kan het gras niet groeien.
Is er toch voldoende zonlicht aanwezig dan wordt er fructaan geproduceerd dat
wordt opgeslagen tot de temperatuur wel hoog genoeg is. Wanneer de temperatuur
dan hoog genoeg is wordt het fructaan alsnog verbruikt.
Te weinig water:
Als er te weinig water is om te kunnen groeien terwijl er
wel veel zonlicht is, dan wordt er fructaan geproduceerd dat wordt opgeslagen
tot de groei-omstandigheden gunstiger zijn. Zodra het dan gaat regenen wordt
het fructaan alsnog gebruikt voor een razendsnelle groeispurt.
Te weinig voedingsstoffen:
Als de plant niet goed kan groeien omdat er te weinig
voedingsstoffen in de bodem zitten, dan wordt het met het zonlicht
geproduceerde fructaan niet verbruikt en blijft in de plant zitten. In de
praktijk betekent dit dat onbemest gras voor paarden gevaarlijker is dan bemest
gras!
Met name in het voorjaar doet zich de situatie voor dat er voldoende water
is, voldoende voedingsstoffen in de bodem beschikbaar zijn, er veel zonlicht
is, maar de temperatuur nog erg laag is. Door de lage temperatuur kan het gras
niet groeien dus wordt het zonlicht gebruikt om de voedingsstoffen om te zetten
in fructaan. Dat is dus de reden waarom hoefbevangenheid in het voorjaar zo
vaak voorkomt!
Het fructaangehalte kan echter ook in andere jaargetijden hoog oplopen, afhankelijk
van een aantal factoren. De grassoort zelf is een belangrijke factor: het zo
bekende Raaigras is een soort die uitblinkt in zijn hoge fructaangehalte.
Het weertype is echter ook erg belangrijk, waarbij factoren als temperatuur
en de hoeveelheid zonlicht het verloop bepalen. Het fructaangehalte kan in vrij
korte tijd drastisch veranderen: het kan in luttele uren de hoogte inschieten
wanneer er veel zonlicht is maar de plant niet kan groeien, maar het kan ook
vrij snel weer dalen zodra er omstandigheden optreden die verbruik van het
fructaan mogelijk maken (hogere temperaturen, een regenbui).
Het is ook bekend dat fructaan opgeslagen wordt in grasstoppels, dus zeer
kort afgegraasde weitjes kunnen juist extra gevaarlijk zijn!
Antivries
Fructaan is oplosbaar in water, en net zoals alle opgeloste stoffen zorgt het dat het vriespunt omlaag gaat.
Planten gebruiken fructaan dan ook om zichzelf tegen bevriezing te beschermen.
Daarom loopt het fructaangehalte fors op zodra de temperatuur onder de 5 graden Celcius komt
Fructaan
en weertype
Om een beetje houvast te
geven omtrent de risico's van een hoog fructaangehalte hebben we onderstaande
tabel gemaakt. Je kunt hieruit aflezen op welke momenten je het paard beter
niet kan laten grazen, en op welke momenten de risico's juist lager zijn.
|
!
|
Deze tabel geeft slechts
aan wat de invloed van het weer is op het fructaangehalte. Bedenk dat er
echter meer factoren zijn die een rol spelen, zoals de grassoort, de
ondergrond, de beschikbaarheid van voedingsstoffen (meer is in dit opzicht
gunstiger) en het jaargetijde.
|
|
| |
Voor de tabel is uitgegaan van gras dat groeit in een vochtige bodem waarin
voldoende voedingsstoffen voorkomen. Bij gras dat een tekort heeft aan water
en/of voedingsstoffen is het fructaangehalte permanent aan de hogere kant!
|
Weertype
|
Stofwisseling
plant
|
Risico
|
|
Koud vriesweer, geen zon
|
Geen groei, geen
fotosynthese, gemiddelde fructaanaccumulatie
|
Gemiddeld
|
|
Koud vriesweer, stralende
zon
|
Geen groei, veel
fotosynthese, veel fructaanaccumulatie
|
Extreem hoog
|
|
Nachtvorst, overdag
<15°C, stralende zon
|
Lage groei, veel
fotosynthese, veel fructaanaccumulatie
|
's Ochtends extreem hoog,
overdag afnemend naar hoog
|
|
's Nachts en overdag
>5°C <15°C, stralende zon
|
Lage groei, veel
fotosynthese, veel fructaanaccumulatie
|
's Ochtens laag, overdag
toenemend naar hoog
|
|
's Nachts en overdag
>15°C, stralende zon
|
Hoge groei, veel
fotosynthese, weinig fructaanaccumulatie
|
's Ochtends laag, 's
middags ietwat toenemend
|
|
's Nachts en overdag
>15°C, bewolkt
|
Veel groei, weinig
fotosynthese, geen fructaanaccumulatie
|
Laag
|
Samengevat:
- Als de temperatuur rond
of onder het vriespunt is (geweest) blijft het risico het hele etmaal
hoog.
- Bij warm zonnig weer is
de beste graastijd 's nachts en 's ochtends.
- Bij warm bewolkt weer is
de beste graastijd 's middags en 's avonds.
Gevaarlijk is het grazen:
- In de namiddag
of vroege avond op een zonnige dag
- Op een zonnige
dag waarbij de temperatuur onder de 15 graden Celcius blijft
- De hele dag na
een nacht waarbij de temperatuur onder de 5 graden Celcius is gekomen
- Wanneer het
gras een gebrek aan water of voedingsstoffen heeft
- Wanneer het
gras kort is afgemaaid of afgegraasd
Veilig is het grazen:
- Vroeg in de
ochtend als de temperatuur 's nachts niet onder de 5 graden Celcius is
gekomen
- Tijdens een
bewolkte dag wanneer het warmer is dan 15 graden Celcius
- Uitsluitend
wanneer het gras genoeg water en voedingsstoffen ter beschikking heeft
Fructaan en bemesting:
Wanneer gras een tekort aan
voedingsstoffen heeft kan de plant niet goed groeien, en hopen de overige
grondstoffen zich op. Het fructaangehalte gaat daarbij omhoog. Betekent dit dus
dat je moet bemesten? Zo simpel blijkt het echter dus niet te zijn...
| |
Het
volgende is een ietwat ingewikkeld verhaal. Laat de essentie even rustig tot
je doordringen voordat je conclusies trekt.
|
|
| |
Wanneer je het land bemest, al dan niet met kunstmest, dan zal de
fructaanproductie van het gras afnemen (even vooropgesteld dat er water is en
de temperatuur hoog genoeg is om te kunnen groeien). De concentratie, en
daarmee de hoeveelheid fructaan in de grasplant, zal dus afnemen.
Maar, omdat je door bemesten meer grasgroei krijgt, krijg je meer gras per
hectare. Meer gras betekent meer van alles. Omdat je meer gras per hectare hebt
krijg je dus ook meer fructaan per hectare.
Dus: Door bemesten krijg je minder fructaan per plant, maar meer
fructaan per hectare.
Wat moet je nu doen om te zorgen dat je paard minder fructaan binnenkrijgt?
Dat hangt er dus van af:
- Krijgt je paard "de
hele wei" en mag hij zelf uitzoeken hoeveel hij eet? Dan betekent
"meer gras per hectare" dat hij meer zal eten, en netto meer
fructaan zal binnenkrijgen. Niet bemesten dus.
- Heeft je paard een
graasbeperking, door stripbegrazing of zo? Dan krijgt hij zoveel hij nodig
heeft, dus een vaste hoeveelheid gras. Minder fructaan per grasplant
betekent dat hij minder fructaan zal binnenkrijgen, dus ga je bemesten om
de hoeveelheid fructaan-per-plant zo laag mogelijk te krijgen.
- Ga je hooien? Dan wil je
zo min mogelijk fructaan per pak. Bemesten dus, want daarmee wordt het
fructaan-per-plant lager. Omdat je door het bemesten meer gras kan
oogsten, oogst je netto meer fructaan, maar heb je minder fructaan per
pak. In ieder pak zit bijvoorbeeld de helft minder fructaan, maar je oogst
drie keer zoveel pakken. Je paard zal er echter niet méér door gaan eten,
dus zal hij minder fructaan verorberen.
Hooi en kuil
Wanneer gras wordt gemaaid zal het gemaaide gras nog het resulterende fructaan blijven gebruiken, tot het vochtgehalte is gedaald tot onder de 40%.
Het fructaan dat zich tijdens het maaien in het gras bevindt en niet meer zal worden opgemaakt zal dus uiteindelijk ook in het hooi of kuil terechtkomen!
Daarnaast is gemaaid gras, onder invloed van zonlicht, nog een poosje in staat om fructaan te maken.
In theorie betekent dit dat wanneer er wordt gemaaid tijdens risicovolle momenten je hooi krijgt dat hoefbevangenheid in de hand kan werken.
In de praktijk zal dit niet zo snel voorkomen, omdat er doorgaans gemaaid wordt tijdens momenten die volgens de tabel weinig risico opleveren.
Niemand gaat bijvoorbeeld hooien wanneer het vriest.
Hooi wordt doorgaans gemaakt wanneer het warm weer is, we hebben immers de
zon nodig om het gras te drogen. Doorlopend hoge temperaturen betekenen een
laag fructaangehalte. Als je op zeker wilt spelen maai je bij voorkeur 's
ochtends; dan is immers het fructaangehalte het laagste.
Met kuil is het iets meer oppassen: Kuil wordt vaak al erg vroeg in het
voorjaar gemaakt, en omdat het niet volledig droog hoeft te worden kan dit bij
vrij koud weer worden gemaaid. En koud weer betekent dat het fructaangehalte erg
hoog kan zijn, vooral als de zon uitbundig schijnt. Oppassen dus.
Of je nu kuil of hooi maakt, het beste kun je maaien als de volgende
omstandigheden van toepassing zijn:
- Het gras had voorafgaand
aan het maaien geen tekort aan voedingsstoffen
- Er is geen langdurige
droogteperiode aan het maaien voorafgegaan
- Er is de week tevoren
geen nachtvorst opgetreden
- De temperatuur is boven
de 15° Celcius
Enige bewolking direct na het maaien helpt om de fructaanproductie van het
afgemaaide gras tegen te gaan. Dit is van belang wanneer werkelijk alle beetjes
helpen, wanneer het hooi bedoeld is voor paarden die extreem gevoelig zijn voor
fructaan. Helaas is bewolking in noordelijke landen zoals Nederland niet goed
verenigbaar met het drogen van hooi, en de eis dat de temperatuur boven de 15°C
moet blijven maakt het er ook niet gemakkelijker op. Schrap deze laatste
aanbeveling dan ook maar, maar zorg in ieder geval dat aan de eisen in
bovenstaande opsomming is voldaan!
Implicaties
Interessant te weten dat
hoefbevangenheid niet door eiwit wordt veroorzaakt maar door fructaan, maar
heeft dit nog een praktisch nut?
Jazeker! Het voorjaar blijft natuurlijk een gevaarlijke periode om te grazen,
maar we weten nu dat een en ander nogal afhankelijk is van de
weersomstandigheden.
Wat we te weten
zijn gekomen
- Ook in het voorjaar zijn
er momenten waarop je het paard prima kan laten grazen.
- Ook in andere
jaargetijden kan het fructaangehalte erg hoog oplopen.
- Fructaan wordt
opgeslagen in grasstoppels, dus gemillimeterd gras is juist ook weer
gevaarlijk.
- Het aloude advies om een
hoefbevangen paard uitsluitend hooi te geven is goed, maar... dan moet het
wel hooi zijn met een laag fructaangehalte.
- Fructaan is
wateroplosbaar, dus door hooi een uur lang te weken kun je het overschot
aan fructaan uitspoelen.
Naschrift: We zijn er op gewezen dat dit laatste punt wel eens onjuist
kan zijn omdat fructaan niet in staat is door de celwanden naar buiten te
dringen. Uitspoelen zou dus geen nut hebben. We onderzoeken dit verder.
Wat we ermee doen
De informatie juist gebruiken. Het is natuurlijk niet de bedoeling om het
paard nu maar op stal te zetten onder het motto "beweiding is
gevaarlijk". Wat je wel kan doen, met name bij paarden die gevoelig zijn
gebleken voor hoefbevangenheid, is het grazen beperken op momenten waarop het
risico op een hoog fructaangehalte erg groot is. Je kan dit doen door:
- Het graastijdstip aan te
passen. De fructaan-index kan je helpen het juiste tijdstip te bepalen.
- De graasduur aan te
passen. Wellicht kan je paard een deel van de dag in een paddock of in de
bak staan. Een stal vinden we geen goed alternatief!!
- Stripbegrazing toe te
passen. Je spant een touw over de wei en schuift dat iedere dag een stukje
op. Probeer een eenmaal kaal gegeten stuk ook weer af te schermen, want
grasstoppels worden opslagplaatsen voor fructaan.
- Je paard een
graasbeperker aan te doen. Het ziet er misschien zielig uit, maar we
kunnen je verzekeren dat hoefbevangenheid veel zieliger is.
| |
Hoefbevangenheid wordt niet
alleen door fructaan veroorzaakt! Graan- en maisproducten (zoals krachtvoer)
andere suikers (zoals melasse) alsmede diverse medicijnen (cortisonen zijn
berucht) veroorzaken eveneens hoefbevangenheid. Soms kan de extra toevoeging
van fructaan de spreekwoordelijke druppel zijn...
|
|
| |
Waarom
is fructaan zo gevaarlijk?
De hele materie is tamelijk
ingewikkeld en de onderzoeken gaan nog steeds door. Vooralsnog zijn er twee
effecten van fructaan aangewezen die hoefbevangenheid in de hand werken.
Aantasting
darm-flora
Fructaan is een koolhydraat. Grote hoeveelheden koolhydraten veranderen de
samenstelling van de darm-flora, kunnen gisting veroorzaken, waardoor tal van
spijsverteringsproblemen ontstaan. De problemen die hierdoor worden veroorzaakt
zijn ongeveer hetzelfde als het eten van een overdosis aan graanproducten.
Insulineresistentie
Onderzoek over dit onderwerp is nog volop bezig. Interessant is dat er is
ontdekt dat hoefbevangen paarden soms insuline hoeveelheden hebben die 4 keer
zo hoog zijn als normaal. Ook wanneer ze niet hoefbevangen zijn hebben ze
tijdens het grazen hogere insuline-waarden dan andere paarden.
Insuline-ongevoeligheid is iets dat nog maar kort geleden is ontdekt bij
paarden, maar de link met hoefbevangenheid valt sterk op. Field and Jeffcott ontdekten
dat paarden die hoefbevangen zijn geweest minder goed glucose (suiker) kunnen
verwerken.
De symptomen lijken sterk op hypoglykemie bij mensen: Het aanbod van snel
verteerbare suikers veroorzaakt een over-reactie van de alvleesklier die dan
een teveel aan insuline gaat produceren.
 |