CENTRALE KEURINGEN VAN DE AFDELINGEN VAN DE KONINKLIJKE VERENIGING “HET NEDERLANDSE TREKPAARD EN DE HAFLINGER”
DOEL CENTRALE KEURING
De Centrale Keuring heeft tot doel de fokkers te tonen hoe zij, die het fokbeleid van de stamboekorganisatie vertegenwoordigen, namelijk de door het stamboek geaccepteerde juryleden, het ideale paard zien en hoe gestreefd wordt naar verbetering van de rassen.
De fokkers krijgen hierdoor een beeld van het gewenste type paard.
Zij kunnen dan op zoek gaan naar een combinatie van hun merrie met een hengst die een redelijke verwachting kan geven voor goede nakomelingen.
De keuringen vormen echter ook een zekere competitie tussen de verschillende fokkers.
Een Centrale Keuring biedt hiervoor uitstekende mogelijkheden.
Het spreekt vanzelf, dat de eigenaren hun paarden zo goed mogelijk willen presenteren.
Ook de promotiewaarde van de keuringen voor de paarden is niet onbelangrijk.
Het is in het verleden al vaak voorgekomen, dat derden door het bezoeken van een keuring enthousiast zijn geworden en belangstelling tonen voor het hebben en houden van haflingers en/ of trekpaarden.
Steeds meer zien we dat paarden niet alleen voor de fokkerij worden gebruikt, maar ook onder het zadel of aangespannen.
Een goed verloop van de keuring is een uitstekende promotie voor de paarden.
DE PAARDEN EN DE KEURING
Alle paarden die worden aangeboden op de centrale keuring dienen op naam te staan van de eigenaar, woonachtig in de betreffende afdeling.
Van paarden die niet op naam staan dient het afdelingssecretariaat het bijbehorende paspoort én bewijs van inschrijving, vóór de keuring, in te nemen zodat op het algemeen secretariaat kan worden overgegaan tot overschrijving.
Alle paarden kunnen per jaar, o.b.v. het exterieur, maximaal één premie toegekend krijgen.
In het geval dat een paard in een andere afdeling, in hetzelfde keuringsjaar, binnen de K.V.T.H. een premie toegekend heeft gekregen, kan het betreffende paard uitsluitend deelnemen aan de premiekeuring, zonder een premie toegekend te krijgen.
De premie die eerder in een andere afdeling is toegekend zal deze dag gelden.
Is dit een eerste premie kan het paard eventueel ook meedingen om het kampioenschap.
Rubrieken Trekpaarden
1. Hengstveulens
2. 1-jarige hengsten
3. Merrieveulens
4. 1 jarige merries
5. 2-jarige merries
6. 3 jarige merries
7. 4- en 5- jarige merries
8. 6- en 7- jarige merries
9. 8 jaar en oudere merries
10. Ruinen
11. Stalgroep
12. Fokgroep
13. Generatiegroep
14. Merries met afstammelingen
15. Dagkampioenschap
16. Erekampioenschap
Toelichting trekpaarden
Alle rubrieken kunnen, afhankelijk van het aantal aanmeldingen, ingedeeld worden in de kleine-, midden- en/ of grote maat.
Uit de kampioenen van de rubrieken 1 t/m 6 dient een jeugdkampioen uit te worden geroepen.
Voor wat betreft het algemeen dagkampioenschap dienen alle 1A’s en 1B’s uit de rubrieken 7 t/m 9 terug te komen.
Hieruit kan de kampioen en reserve kampioen gekozen worden.
In de rubrieken 1 t/m 6 zal uitsluitend een kampioen én een reserve kampioen worden benoemd.
Hier komen alle 1A’s en 1B’s voor in aanmerking van de betreffende rubrieken (een 1ste premie is hiervoor dus noodzakelijk).
Voor de oudere rubrieken geldt uitsluitend een plaatsing in de rubriek.
Rubrieken Haflingers
1. Hengstveulens
2. 1-jarige hengsten
3. Merrieveulens
4. 1-jarige merries
5. 2-jarige merries
6. 3-jarige merries
7. 4-jarige merries
8. 5-jarige merries
9. 6-jarige merries
10. 7-jarige merries
11. 8-jarige merries
12. 9-jarige merries
13. 10 jarige en oudere merries
14. Ruinen
15. Stalgroep
16. Fokgroep
17. Generatiegroep
18. Merries met afstammelingen
19. Dagkampioenschap
20. Erekampioenschap
Toelichting haflingers
Er dient bij de veulens een algemeen veulenkampioen gekozen te worden.
Deze dient uit de rubrieken 1 en 3 te komen.
De kampioen van de veulens kan niet aan het algeheel jeugdkampioenschap meedoen.
Uit de kampioenen van de rubrieken 2 en 4 t/m 6 dient een jeugdkampioen uit te worden geroepen.
Voor wat betreft het algemeen dagkampioenschap dienen alle 1A’s en 1B’s uit de rubrieken 7 t/m 13 terug te komen.
Hieruit kan de kampioen en reserve kampioen gekozen worden.
In de rubrieken 2 en 4 t/m 6 zal uitsluitend een kampioen én een reserve kampioen worden benoemd.
Voor de oudere rubrieken geldt uitsluitend een plaatsing in de rubriek.
Op basis van het aantal aanmeldingen, in de rubrieken 7 t/m 13, kan het afdelingsbestuur besluiten twee of meerdere rubrieken samen te voegen.
Toelichting haflingers èn trekpaarden
Stal-/ Fok-/ Generatiegroepen
Voor de rubriek stalgroepen dienen zowel bij de haflingers als trekpaarden minimaal 3 paarden van één eigenaar aangeboden te worden.
Dit geldt eveneens voor de rubriek fokgroep, echter de eigenaar dient dan ook van alle paarden als fokker geregistreerd te staan.
In de rubriek generatiegroep gaat het om minimaal 3 generaties.
Merries met afstammelingen
Voor de merries met afstammelingen dienen minimaal 2 geregistreerde afstammelingen getoond te worden van de betreffende merrie, onafhankelijk van de leeftijd.
Oud-Kampioenen
Voor alle oud-kampioene en de huidige dagkampioene is de rubriek erekampioen ingericht.
Het is dan ook uitsluitend mogelijk dat oud-kampioenen in deze rubriek deelnemen.
Stamboekopnames
De stamboekopnames die verricht dienen te worden op de keuring dienen in een aparte ring te gebeuren, zodat dit géén onderdeel van de keuring is.
De opnames dienen te gebeuren door de daarvoor speciaal, door het dagelijks bestuur, aangewezen juryleden.
De regelgeving omtrent de stamboekopnames dient gehanteerd te worden zoals die landelijk opgesteld is.
Dit geldt uiteraard voor zowel de haflingers als de trekpaarden.
Met de opnameformulieren, waarvan het bijbehorende paard uitsluitend een uitnodiging heeft ontvangen voor de elite- cq sterkeuring, dient discreet te worden omgegaan.
Algemeen
Het afdelingsbestuur kan besluiten één of meerdere rubrieken in te richten voor wachtregisterpaarden, het is wel verplicht deze paarden in een andere rubriek te beoordelen dan de stamboekpaarden.
AANDACHT VOOR DE WIJZE VAN JUREREN 
Binnen de K.V.T.H. dient men de keuringen per rubriek af te werken met 2 juryleden en één arbiter.
Per centrale keuring voor de haflingers is het noodzakelijk dat er minimaal één kernjurylid aanwezig is.
Voorzitter van de jury
Voorafgaand aan de keuring is aan het afdelingsbestuur een voorzitter van de jury te benoemen.
Indien over de beoordeling van de paarden een oordeel wordt gevraagd is hij/ zij degene die een kort en duidelijk antwoord zal gegeven.
Het is tijdens centrale keuringen wenselijk dat de jury per rubriek een mondelinge samenvattende toelichting geeft, ter verduidelijking aan het publiek.
Op de hengstenkeuring zal tevens een dergelijke toelichting aan het publiek per rubriek gedaan worden door de voorzitter van de jury
Het is van belang dat van ieder paard aantekeningen worden gemaakt.
Een eventuele schriftelijke puntenbeoordeling kan als hulpmiddel dienen voor de jury. Deze punten blijven uitsluitend inzichtelijk voor de betreffende juryleden.
De eigenaar van het paard kan uiteraard te allen tijde argumentatie opvragen m.b.t. de beoordeling.
De jury kan dit beantwoorden op basis van de aantekeningen.
Het is vanzelfsprekend dat de jury altijd onbevooroordeeld moet handelen en oprecht en integer moet zijn.
De juryleden zijn herkenbaar door het dragen van een passende rozet of een naamplaatje.
DE PRESENTATIE VAN DE PAARDEN
Hoe worden paarden voorgebracht ?
De begeleiders(sters) van de paarden dienen zo mogelijk in het wit gekleed te zijn.
Wijze van opstellen voor de jury
Het paard dient op een afstand van 5 a 6 meter vanaf de jury te worden opgesteld, zoveel mogelijk horizontaal, waarbij het geen bezwaar is dat het paard aan de voorhand ietwat hoger wordt opgesteld dan in de achterhand.
Het paard moet zodanig worden opgesteld dat de jury de vier benen goed kan beoordelen.
Dit houdt in dat de benen die het verst van de jury zijn verwijderd zo goed mogelijk zichtbaar zijn.
Zie schets no. 1
Bij deze opstelling kan de jury het paard aan de zijkant bekijken.
Indien de jury het paard aan de voorzijde wil beoordelen, dient de begeleider zich aan de linkerzijde van het paard op te stellen, opdat de jury de gelegenheid krijgt de voorbenen goed te beoordelen.
Zie schets no. 2
Wijze van voorbrengen in stap.
De begeleider loopt bij het voorbrengen in stap aan de linkerkant van het paard en houdt het paard vast met zijn rechterhand, op ongeveer een afstand van 30 centimeter vanaf het bit.
De linkerhand houdt het einde van de teugel of het touw vast.
De begeleider moet zorgen dat het paard recht loopt en daarbij haar natuurlijke stappassen kan maken zonder dat daarbij het hoofd van het paard door de begeleider wordt omgetrokken.
Daarmee wordt voorkomen dat het paard niet correct loopt.
Zie schets no. 3
Wijze van voorbrengen in draf.
De begeleider loopt in draf met het paard mee, naarmate de snelheid van het paard dit verlangt om een goede draf te laten zien.
Het beste is dat de begeleider in hetzelfde ritme loopt als het paard.
Is het rechterbeen van het paard gebogen dan dient ook het rechterbeen van de begeleider gebogen te zijn.
Zie schets no. 4.
(bron:www.kvth.nl)
 |