- Het paard heeft maar een kleine maag, het paard verteert zijn voedsel in de dunne darm, onverteerbare vezels worden door de blinde en de dikke darm afgebroken.
- Net als bij ons wordt er vocht van de resten in ons bloed opgenomen.
Het restant wordt uitgemest.
- Paarden hebben veel vezels nodig ( vezels zitten in ruwvoer ) , hiervoor zijn er in de blinde en dikke darm verschillende enzymen aanwezig om die af te breken.
(Elke soort vezel heeft zijn eigen enzym).
- Moeilijk verteerbaar voedsel kan in het spijsverteringsstelsel blijven hangen omdat deze 2 bochten van 180° moet maken.
Wanneer dit zicht voordoet spreken we van koliek.
- Het hart van het paard heeft 2 pompen (wij, 2 hartkamers) en pompt hiermee bloed door het lichaam.

 |